Faalangst in media, publicaties en onderzoek
Rubriek door Jos de Vries, Seminarium voor Orthopedagogiek, www.seminarium.nl
Op deze pagina wordt een selectie van actuele artikelen en publicaties over (faal)angst gegeven. Uit kranten, tijdschriften, vakbladen, radio, televisie en internet. De bronnen worden steeds vermeld. Tips zijn welkom op media@faalangst.nl
Dubbeldik kerstnummer over ANGST
Uit: Volkskrant Magazine, zaterdag 18 december 2004
Bijdragen van o.a.:
Ali Elkhattabi, AZ-voetballer. Heeft vliegangst. Hij liep er waarschijnlijk een contract met PSV door mis. ‘Van vliegen word ik gewoon niet gelukkig’
Martin Bril, schrijver en Volkskrant-columnist. Sinds drie jaar kankerpatiënt, weet nooit precies waarvoor hij bang moet zijn. De dood, pijn, het sterfbed? ‘Kijken in het niets’
Aleid Truijens, journaliste. Is doordrongen van de sterfelijkheid van haar kinderen. Ze schreef een boek over haar zoon die leukemie kreeg. ‘Kinderen kunnen echt zomaar dood’
Ans Markus, kunstenares. Heeft last van allerlei huis-, tuin- en keukenangsten. Ze gaat nooit zonder make-up de deur uit. ‘Ik ben bang om te veel van mezelf te laten zien’
Anne-Gine Goemans: Kinderen worden beschermd met helmpjes, fornuishekjes, rubberen tegels en webcams in de babykamer. Alleen naar school of buitenspelen is er niet meer bij. ‘De drang naar veiligheid slaat door.’ ‘Recht op een buil’
Karolien Knols: Het verschil tussen bruine en blauwe ogen, de invloed van genen en opvoeding, experimenten op psychopaten en thrillerseekers, en de rol van de amygdala, niet lezen als u bang bent voor antwoorden: 10 vragen over angst. ‘De ergste paniek zakt na tien minuten’
Vraag 1: Wordt een baby bang geboren?
Baby’s hebben een aangeboren neiging tot angstig reageren. In de jaren tachtig deed de Amerikaanse psycholoog Jerome Kagan onderzoek naar dit verschijnsel, behavioral inhibition genaamd. Hij filmde kinderen van 21 maanden in een ruimte vol speelgoed, in aanwezigheid van hun moeder en een onderzoeker, en legde vast hoe zij reageerden als de moeder de ruimte verliet. De kinderen die huilden, zeurden en niet meer in staat waren te spelen, vielen in de categorie ‘geremd’. Vervolgonderzoek met dezelfde kinderen – op hun vierde, vijfde, zevende en dertiende jaar - wees uit dat de extreem geremde kinderen (10 procent) op latere leeftijd een veel groter risico liepen op angststoornissen en sociale fobieën dan de ongeremde kinderen.
Vraag 2: Wanneer zijn we banger: als kind of als volwassene?
Jammer maar waar: hoe ouder, hoe banger. Kinderen kunnen angsten gemakkelijker van zich afzetten, omdat ze bezig zijn met de toekomst. Anders gezegd: hun ontwikkeling is gericht op wat ze nog gaan meemaken, in plaats van op wat ze al hebben meegemaakt. Angsten en stoornissen zijn leeftijdsgebonden. De allerjongste baby’s zijn bang om te vallen en bang voor lawaai. Vlak voor het eerste levensjaar worden ze bang voor vreemden en hebben ze verlatingsangst. Daarna worden ze bang voor beesten, voor het donker en voor fouten maken. Aan het begin van de puberteit bereikt sociale angst – angst om afgewezen te worden – zijn hoogtepunt. Volwassenen lijden het meest aan paniekstoornissen en sociale fobieën, dwangstoornissen en obsessies. En, niet te vergeten: te veel piekeren.
Vraag 3: Wat maakt de ene mens angstiger dan de andere?
Allereerst: genen. Angst wordt voor 30 tot 50 procent bepaald door erfelijke factoren. Niet ieder kind met een verhoogd risico ontwikkelt angststoornissen, want de invloed van opvoeding is groter dan de invloed van genen. Kinderen die extreem beschermd worden opgevoed, altijd worden gecontroleerd en veel kritiek van hun ouders krijgen, ontwikkelen vaker angststoornissen. Angst kun je ook aanleren. Als moeder vroeger altijd op tafel sprong als ze een muis zag, is de kans groot dat haar kind later ook bang is voor muizen. Tenslotte heeft ook karakter invloed. Iemand met een robuuste persoonlijkheid is minder kwetsbaar dan iemand die extreem onzeker door het leven gaat. Zo kan het zijn dat als twee mensen samen overvallen zijn, de een daarna posttraumatische stressstoornis ontwikkelt, terwijl de ander nergens last van heeft.
Vraag 6: Begint angst altijd in het hoofd?
Ja, in de amygdala, een amandelvormig zenuwknooppunt dat links en rechts onder de hersenschors ter hoogte van de slaap zit. De amygdala is een soort thermostaat die aanspringt als er gevaar dreigt en weer afslaat als het gevaar is geweken. Bij gevaar zendt de amygdala onmiddellijk signalen uit naar de nieren, die adrenaline en noradrenaline aanmaken. Daardoor gaat het hart harder pompen, de ademhaling versnelt, de pupillen worden kleiner, speeksel droogt op en de bloedvaten net onder de huid trekken samen, zodat er meer bloed naar de grote spieren gaat. Die heb je immers nodig als je wilt vluchten. De amygdala komt weer in actie als het gevaar eenmaal is geweken. De ervaring wordt vastgelegd in het geheugen, zodat er een volgende keer nog adequater op een bedreiging kan worden gereageerd.
Lange tijd dichtten wetenschappers de amygdala ook een grote rol toe in de beleving van angst. Uit experimenten bleek dat ratten met een niet-functionerende amygdala gezellig tegen een kat aan schurkten in plaats van weg te rennen. Zo angstloos worden mensen niet als hun amygdala defect is – andere gebieden in de hersenen nemen die functie van emotionele beleving over. Mensen met een beschadigde amygdala kunnen geen angst bij een ander meer herkennen. Ze reageren op foto’s van verdrietige, blije en boze gezichten, maar niet op een bang gezicht.
Vraag 7: Wanneer verandert gezonde angst in een stoornis?
Als angst zo vaak en heftig voorkomt dat het je in je doen en laten belemmert. 5 Tot 10 procent van alle kinderen en volwassenen heeft een angststoornis – zij hebben de neiging situaties die hun angst aanjagen te vermijden. Feitelijk wordt bij mensen met een angststoornis de amygdala te sterk geprikkeld.
Angststoornissen zijn er in alle soorten en maten. Het is moeilijk te zeggen met wie we meer medelijden moeten hebben: met de vrouw wier leven doortrokken is van angst voor het onbestemde, of met de man die bang is voor spinnen. De vrouw kan zelfs bang zijn dat ze vergeet waarover ze moet piekeren. De man met spinnenangst heeft geen leven omdat hij geen enkele ruimte meer in durft voordat die is gecontroleerd op de aanwezigheid van spinnen.
Vraag 8: Is elke angststoornis te verhelpen?
Als het een irreële angst is: ja, maar nooit helemaal. Zo’n 80 tot 90 procent van de mensen met een paniekstoornis en 50 tot 70 procent van de mensen met een dwangstoornis ervaart na behandeling een aanzienlijke verbetering.
Er zijn drie typen behandelingen. De eerste is gedragstherapie, waarbij personen worden geconfronteerd met wat hen angst inboezemt om er zo achter te komen dat die niet reëel is. Zo zal iemand die bang is dat zijn homoseksuele collega hem besmet met het aids-virus de opdracht krijgen een pen of brief van die collega mee te nemen en eens goed door de handen te laten gaan – zonder die vervolgens te wassen. Gedragstherapeutische sessies duren gemiddeld twee uur – lang genoeg om personen te laten ervaren dat de ergste paniek na tien tot dertig minuten wegzakt, en de oefeningen vervolgens nog een paar keer te herhalen. Er wordt tijdens deze sessies zo min mogelijk gepraat, om de persoon niet de kans te geven zich weer in zijn angst te wentelen of hem te rechtvaardigen.
Cognitieve therapie wordt vaak gegeven aan mensen met paniekstoornissen. Het principe is dat de persoon er zelf achter komt dat zijn gedachten niet kloppen. De man die hulp zoekt omdat hij al tien jaar lang een paar keer per maand denkt dat hij ineens dood neervalt, moet er simpel gezegd rustig van worden als hij beseft dat hij er nog steeds is.
Voor wie geen baat heeft bij de twee voorgaande behandelingen of ze te confronterend vindt, zijn er altijd nog de psychofarmaceutica.
Hoopgevend: enkelvoudige fobieën zijn gemiddeld na vijf sessies behandeld, een paniekstoornis of sociale fobie na tien tot vijftien sessies.
-
Enkelvoudige fobie
Irreële angst voor een voorwerp of een situatie. De lijst is oneindig en varieert van angst voor water en donker, tot angst voor de tandarts en seks.
Paniekstoornis
Aanval van radeloze angstgevoelens die gepaard gaan met heftige fysieke reacties als zweten, beven, misselijkheid en hartkloppingen. Persoon denkt dood te gaan.
Gegeneraliseerde angststoornis
Ook wel piekeren. Personen die hieraan lijden denken elk moment dat er iets met henzelf of hun naasten kan gebeuren. Ze zijn altijd alert en gespannen.
Sociale fobie
Extreme vorm van verlegenheid. De persoon is zich altijd bewust van wat anderen van hem denken, altijd bang om te worden veroordeeld.
Posttraumatische stressstoornis
Ontstaat als gevolg van een traumatische ervaring. In de regel houden slachtoffers meer last van een trauma als ze persoonlijk zijn bedreigd. Persoon kan blijvend van karakter veranderen.
