naar het overzicht
Geef je angst een plek
omgaan met angst tijdens ziekte
Jan Ruigrok
Voor de eerste keer van de hoge duikplank, een rij- of schoolexamen, een huwelijk, kanker of een beenmergtransplantatie. Uiteenlopende gebeurtenissen die gemeen hebben dat ze bloedstollendspannend zijn. Die spanning zit hem in het feit dat er iets mis kan gaan. Er heerst gevaar.
In dit artikel kijken we naar wat er met mensen gebeurt die in gevaar zijn en dan met name het gevaar van kanker en ernstige ziekte. Wat doet dat met je lichaam; wat gebeurt er in je hoofd?
gevaar levert energie op
Een gezond lichaam is prachtig mechanisme. Het is uitstekend toegerust om je in staat te stellen gevaarlijke situaties te overleven. Eén van die mechanismen is de hormoonfabriek die op gang komt wanneer er gevaar dreigt. In bedreigende situaties produceert het lichaam hormonen die er voor een vecht-of-vlucht-reactie zorgen. Het lichaam maakt zich klaar om een enorme prestatie te leveren die je nodig hebt om effectief te handelen. Je kunt de energie die wordt aangemaakt voelen en waarnemen. Bijvoorbeeld een steek in de maag, zwetende handen, warme of juist koude handen en voeten. Je hart gaat sneller kloppen en als het erop aankomt lever je een prestatie die je nooit voor mogelijk hield. Bekend is het verhaal van een moeder die in staat was een auto op te tillen waar haar kind onder lag.
In spannende situaties activeert je lichaam die lichaamsdelen die je nodig hebt om te vechten of te vluchten. Voornamelijk handen en voeten, armen en benen. Die energie komt voor een deel van die lichaamsdelen die je op zulke momenten niet nodig hebt. Wie voor een spannend examen zit of over een half uur een bestraling moet ondergaan, krijgt geen hap door de keel: de spieren die je nodig hebt om te slikken, functioneren minder; je maag zit dicht. Je kunt het van angst letterlijk in je broek doen; de controle over darm- en sluitspieren wordt minder. Op zich een goede zaak want wanneer je moet aanvallen of wegrennen is het alleen maar handig als het lichaam zich van alle overbodige stoffen ontdoet. Het immuunsysteem waarmee je ziektes buiten de deur houdt neem inkracht af: die kracht is nu even ergens anders voor nodig. Ook je denkvermogen vermindert, er gaat minder zuurstof naar je hersens. Ook iets waar je niet rouwig om hoeft te zijn, want als het er echt op aan komt, heb je geen tijd om te denken, je moet onmiddellijk handelen.
In een schema kun je dit als volgt weergeven:

hoe meer stresshormonen, hoe meer energie
Horen dat je een levensbedreigende ziekte hebt, is een van de meest ingrijpendste gebeurtenissen in een mensenleven. Bij haast iedereen die het treft komt de meest existentiële angst die er is naar boven: doodsangst. Het kan niet anders dan dat deze angst veel stresshormonen oplevert. Hetzelfde geldt voor mensen die horen dat iemand die ze lief hebben ernstig ziek is. Ieder mens reageert op ingrijpende gebeurtenissen als deze verschillend. Dit komt doordat de hoeveelheid stresshormonen die bij gevaar wordt aangemaakt per mens verschilt. Bijvoorbeeld doordat de productiecapaciteit van die hormoonfabriek in onze hersens verschilt. Dat kan aangeboren zijn, maar ook een gevolg van persoonlijke ontwikkeling. Baby's die blootgesteld zijn aan groot gevaar hebben in hun jongste jaren een enorme hoeveelheid stresshormonen nodig gehad om zich te handhaven. Zij kunnen een grote hormoonfabriek ontwikkeld hebben. Wanneer die baby's later als volwassenen in bedreigende situaties komen, zullen zij vaker, sneller en in grotere hoeveelheden stresshormonen produceren. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot enorme drukke kinderen die geen moment stil kunnen zitten of tot uitermate heftige reacties bij onverwachte situaties.
De hormoonproductie wordt ook bepaald door de manier waarop je tegen gevaar aankijkt. Een gebeurtenis roept bij iedereen verschillende gedachten op. Iedereen krijgt bij het slechte nieuws zijn eigen gedachten:
'ik was ervan overtuigd dat ik er binnen een half jaar geweest zou zijn',
'toen ik hoorde dat mijn zus donor was, dacht ik, hè, nu ga ik het redden',
'het meest verschrikkelijk was de angst dat ik mijn kinderen niet volwassen kon zien worden',
'mensen in mijn omgeving reageerde zo geschrokken, dat ik weken bezig was iedereen te troosten. Wat doen jullie allemaal verschrikkelijk overdreven, dacht ik.'
Waar de ene patiënt denkt 'er is 50% kans dat ik het niet haal', denkt de ander 'er is 50% kans dat ik er doorheen kom'.
Het is dus niet alleen de wetenschap dat je kanker hebt die stresshormonen voortbrengt, maar ook de productiecapaciteit van de hormoonfabriek en de gedachten die die wetenschap bij je oproepen. Dat vraagt ons het schema uit te breiden:

wie ziek is kan zijn energie moeilijk kwijt
De wetenschap dat je ernstig ziek bent, doet een enorm beroep op je stresshormoonfabriek. Reken maar dat die op volle toeren werkt en klaar staat om op ieder moment overuren te draaien. Die hoge productie en snelle aanmaak van stresshormonen kan lang doorgaan, ook in de periode van genezing en herstel. Je merkt dat bijvoorbeeld aan stemmingswisselingen. Sommige mensen gaan om de kleinste reden over de rooie of merken dat de tranen over hun wangen lopen bij de meest stompzinnige soapserie.
Een complicerende factor bij ernstige ziekte is dat je lichaam vol met energie zit, maar dat je daar maar weinig mee kunt doen. Je ligt veel in bed, je bent vaak te slap om het ene been voor het andere te zetten.
Wie aangevallen wordt kan zich verzetten. Wie een rotdag op het werk heeft gehad en naar huis fiets of gaat sporten, knapt daarvan op. Logisch: je kunt je stresshormonen kwijt en daarmee neemt de angst af. De energie die gevaar oplevert kun je vaak ook richten op de persoon of het object dat het gevaar veroorzaakt. Maar op wie moet je je energie, of boosheid richten als je kanker hebt? Wie is er direct de oorzaak van het feit dat jij in levensgevaar bent? Je zit vol met energie, bent lichamelijk nergens toe in staat en er is niets of niemand op wie je terecht je woede kunt koelen. Het kan leiden tot boze reacties die heftiger zijn dan je zou willen. Verpleegkundigen en artsen die soms de volle laag van een patiënt krijgen kunnen daar over meepraten. Angst die zich naar buiten richt kan leiden tot agressie; als je die agressie niet kwijt kunt, kan de angst naar binnen slaan en leiden tot depressie.
We breiden het schema verder uit:

Als je dit complete schema ziet, zie je een probleem waarmee mensen met een ernstige ziekte vaak geconfronteerd worden. Je zit vol met stress en het is moeilijk die stressenergie een plek te geven. Het dilemma is echter dat die energie wel een plek moet krijgen want als je ze niet kwijt kan, richt die zich naar binnen waar hij veel kwaad kan aanrichten. Het gevaar ligt op de loer dat je je energie op de verkeerde mensen richt en agressiever bent dan je zou willen. Niet leuk voor jou, niet leuk voor die ander. Het alternatief, niet handelen is echter vaak nadeliger: de energie richt zich naar binnen en kan leiden tot sikkeneurigheid, chagrijnige buien en in het uiterste geval tot ernstige depressie. Voor de buitenwereld en ook voor patiënten zelf is dat niet altijd even makkelijk te begrijpen, vooral niet wanneer je volop in herstel zit. Je zou toch verwachten dat iemand die aan het herstellen is daar vrolijker van wordt? Wie dit angstschema bekijkt, begrijpt dat het begrijpelijk is dat na zo'n ingrijpende angstervaring waarbij je gedwongen inactief bent , neerslachtigheid eerder logisch dan onbegrijpelijk is. Ook je immuunsysteem staat onder druk wanneer je je stress die je ziekte oproept niet kwijt kunt.
doe iets!
Om op een goede manier met je ziekte en herstel om te gaan, is het van belang op een zo effectief mogelijke manier de angstenergie die in je lijf zit aan te pakken. Een eerste stap is het aanvaarden ervan. Weet dat je emotioneel zult zijn, dat je aan stemmingen onderhevig bent en soms onterecht boos kan uitvallen tegen anderen. Die uitvallen zijn voor jou, net zo min als voor je omgeving prettig, maar weet dat ze een uitlaatklep zijn voor je overtollige energie. Neerslachtigheid en depressieve gevoelens zijn de andere kant van dezelfde medaille. Die nare gevoelens zijn een gevolg van niet-handelen. Een manier om deze te verminderen, is op een of andere manier tot actie over te gaan. Hoewel dat lang niet makkelijk is in een periode van ingrijpende ziekte, is het voor veel mensen goed mogelijk tot creatieve ideeën te komen. Wandelingen, fietstochtjes of een poosje op de home trainer, postzegels sorteren of eenvoudig handwerk. Het zijn activiteiten die voor zover je lichaam ze toelaten, ertoe kunnen bijdragen dat je je prettiger gaat voelen. Het roept herinneringen op aan het liedje Zeur niet van Conny Stuart waarin ze mensen aanraadt wanneer ze het niet zien zitten de meest maffe dingen te doen. 'Gooi het servies tegen de muur, of scheldt de kardinaal uit voor hoer, maar zeur niet!' Hopelijk vind ook jij een aantal maffe dingen die je kunt doen. Dat is niet alleen leuk voor jou als zieke, maar ook voor je omgeving bij wie net als bij jou behoorlijk wat stresshormonen door het lijf zullen gieren.
Jan Ruigrok werkt als communicatietrainer bij KPC Groep in 's-Hertogenbosch en is redacteur van bmt-contact, een blad voor mensendie een beenmergtransplantie (hebben) ondergaan. Voor dit artikel maakte hij dankbaar gebruik van het boek Kinderen en gedragsproblemen van Martine F. Delfos (ISBN 90-625-1680-0)
naar het overzicht
|